Geschiedenis van Jindřichův Hradec

IMG 0495

Zuid-Oost Bohemen heeft een bijzonder charme. Het landschap, met een netwerk van beekjes, rivieren en vooral vijvers, gaat van het platte Třeboňská bekken hogerop naar de beboste heuvels van Česká Kanada en laat prachtig al de verscheidenheid ervan zien. En in het midden van al de natuurpracht berust een echte parel:
De stad staat bovenop de vijver Vajgar. In zijn spiegel wordt een prachtige panorama van de gotische burcht en het renaissancekasteel weerspiegeld, een stille getuige van de vergane glorie van zijn toenmalige adellijke bewoners: - de stad op de 15.  met de parochiekerk van de Hemelvaart van Onze Lieve Vrouw met zijn hoge stadstoren, ver in het landschap uitkijkend; - de stad die nog in de 17e eeuw tot de grootste steden behoorde in het Tsjechische koninkrijk; - de stad waarvan het historische centrum dankzij de hoge historische, architectonische en culturele waarde ervan tot een stadsmonumentenreservaat uitgeroepen werd; de stad bekend voor zijn bijzondere monumenten en het onaangetaste natuur in de omgeving, geliefd door Tsjechische én buitenlandse toeristen; de stad van een 'gouden roos': Jindřichův Hradec. De beginselen van de stad Jindřichův Hradec zijn verbonden met een Slavische walburcht, gunstig gelegen op de klif boven de rivier Nežárka en het Hamerský beek, die al vanaf 10de eeuw een bestuurscentrum was van het gebied en tevens een strategisch belangrijk punt op het zuiden van de staat van Přemyslovci, een oude Tsjechische familie. Op het eind van de 12e eeuw ontving het gebied van Zuid-Oost Bohemen Vítek van Prčice, die het gebied onder zijn zonen verdeelde. Die zonen waren dan de grondleggers van belangrijke Zuid-Boheemse adellijke families: van Landštejn, Van Stráž, van Ústí en de machtigsten - van Rožmberk en de heren van Hradec. Al deze Vítkovec-heren gebruikten dan 5-bladige rozen in verschillende kleuren in hun wapens De oudste schriftelijke vermelding van Hradec, die bewaard is gebleven, dateert uit 1220., toen het landgoed Jindřichův Hradec in de handen was van Jinřich I., de grondlegger van de familie van de heren van Hradec, de oudste zoon van Vítek van Prčice. Die heeft op de plek van toenmalige walburcht een gotische burcht opgebouwd. In de voorburgwal van de burcht, van een toenmalige ambacht-handelvestiging, is in de 13e eeuw een stad ontstaan, naar Jindřich genaamd. (In de oude Latijnse schriften werd het eerst Nova Domus genoemd, de huidige naam van de stad dateert voor de eerste keer pas uit 1410.) Het wapen van de heren van Hradec - een gouden roos in een blauw veld, sinds 1483 ook met 2 koninklijke gouden leeuwen en een letter W met een kroon daarboven, verkregen in het kader van de privilegiën van de koning Vladislav II. - staat tot de dag van vandaag in het stadswapen. De hoogtepunt van de ontwikkeling van de stad kwam tijdens de regering van de laatste heren van Hradec in de 2de helft van de 16e eeuw. In die tijd werden de oorspronkelijk gotische huizen verbouwd en er werden nieuwe burgerlijke renaissancehuizen gebouwd op het plein en omliggende straten, achter de noordelijke stadsmuur groeide de zogenaamde Nieuwe stad. De burgers konden toen het voordeel trekken van de drukke handel- en ambachtelijke, activiteiten, vooral van de productie en verkoop van laken. Het belang van de stad steeg niet alleen in economie, maar ook dankzij de hoge posities in de politiek, die de Vítkovci van Hradec, en daarna Vilém Slavata (tussen 1628 en 1652 de hoogste kanselier in het Tsjechische Koninkrijk) toen  bij het Koningshof hadden. Toen er na de dertigjarige oorlog in 1654 een lijst werd samengesteld van inwoners en huizen, werd Jindřichův Hradec met zijn 405 huizen op de een na de grootste Tsjechische stad na Praag. Kort daarna heeft de stad echter zijn belangrijke politieke positie verloren. Sinds het eind van de 17e eeuw was het geen zetel van de nieuwe eigenaren van het landgoed, de familie Černín, en langzamerhand daalde ook economisch belang van de stad. Aan de noordoostenkant van de historische kern van de stad staat een van de meest opmerkelijke bezienswaardigheden in Jindřichův Hradec, het complex van de kerk van De Heilige  Johannes de Doper en de aangelegen gebouwen van de minorietenklooster en een wat later aangebouwd hospitaal. De gotische kerk die nu op de plek van een oorspronkelijk Romaanse tempel staat, werd sinds 13e eeuw gebouwd, in de volgende eeuw werd de kapel van De Heilige Nicolaas opgebouwd, vaak 'een parel van de hoogste gotiek in Zuid-Bohemen' genoemd, en toen begon er ook de opbouw van de abdij. De oorspronkelijke rijke gotische fresco decoratie van de kerk wordt tot de meest belangrijke Tsjechische muurschilderingen uit de helft van de 14e eeuw gerekend. Aan de bovenkant van de hoofdmuur gedeeltelijk aangetast door een stergewelf uit de 15e eeuw. Interessante architectuur, rijke muurschilderingen, een aantal grafstenen waarvan de gotische grafsteen van Magdalena van Gleichen (1492) uit rode marmer en renaissancegrafstenen van de heren Štěpánkovský van Lisov van de 1ste vierde van de 17e eeuw meest waardevol zijn, en vroegrenaissancemeubilair van de kerk - allemaal maakt het van het gehele complex een uniek monument van Centraal-Europees belang. De kerk, die onder het beheer van het museum in Jindřichův Hradec behoort, werd onlangs toegankelijk gemaakt, ook het gebouw van de abdij wordt nu verbouwd en zal in de komende jaren toegankelijk voor het publiek gemaakt. De kerk wordt als een concertzaal gebruikt, de zijkant van de kerk wordt door het museum gebruikt bij tentoonstellingen. Op het Vredesplein (náměstí Míru), op het kruispunt met de Svatojánská straat, staat een voormalig hotel U zlaté husy (Bij de Gouden Gans), war ooit belangrijke Tsjechische schrijver Karel Havlíček Borovský logeerde op zijn weg naar exil, vergezeld door de in Jindřichův Hradec geboren commissaris Deder. In het huis ernaast (nu het hotel Concertino) werd bekende Tsjechische barokke dichter en componist Adam Michna van Otradovice in 1600 waarschijnlijk geboren. Het centrum van het historische gedeelte van Jindřichův Hradec is het Vredesplein met oorspronkelijk gotisch stadhuis dat meerdere keren verbouwd werd (de eerste vermelding van de verbouwing van het stadhuis dateert uit 1493). Op de voorgevel ervan is het stadswapen geplaatst. Op het plein staat tevens een beeldengroep de Hemelvaart van Onze Lieve Vrouw, de meest typerende bezienswaardigheid die tussen 1764 en 1766 gebouwd werd door beeldhouwer Matouš Strachovský. Aan de noordoostenkant van het plein valt het zgn. Langers huis op, een unieke, oorspronkelijk gotisch en later renaissance-verbouwd gebouw. De voorgevel daarvan word met figuratief sgraffiti met bijbelse taferelen versierd, in de galerij is diamantgewelf. Een dominant van de Oude stad is de kerk van de Hemelvaart van Onze Lieve Vrouw met een kerktoren. Door de hoek van de kerk loopt de 15e meridiaan van de oosterlengte. De oorspronkelijk gotische kerk werd in de 2de helft van de 14e eeuw opgebouwd, een honderd jaar later werd hij gerenoveerd en verbreed met de zgn. Špulířská kapel met een interessant gebogen kruisribgewelf met figuratieve sluitstenen en plastische decoraties met motieven van dieren gedateerd uit het begin van de 16e eeuw. In de kapel waren de stoffelijke resten van De Heilige Hippolytos, de patroon van de stad, bewaard. De toren is 65 m hoog, dateert uit de 15e eeuw en de huidige uiterlijk ervan, net als een aantal andere stedelijke panden- komt uit de periode na een vernietigende brand van de stad in 1801. Toen waren er 318 huizen afgebrand en 30 mensen kwamen om. In de zomermaanden is de toren met een prachtig uitzicht op de stad en de omgeving, toegankelijk voor publiek. Het westengedeelte van de historische stadskern draagt sporen van de bouwactiviteiten van jezuïeten, die naar Jindřichův Hradec op het eind van de 16e eeuw opgeroepen waren door Adam II. uit Hradec. Op aansporingen van zijn echtgenote Kateřina uit Montfort heeft hij voor hen een college opgericht. Het vroegbarokke gebouw van het college heeft een renaissancevoorgevel met sgraffiti. Dicht ernaast staat een kapel van De Heilige Maria Magdalena. Een interessant gebouw uit de 1ste helft van de 17e eeuw, dat een interessante interieur heeft met unieke stucversieringen, werd onlangs gerenoveerd en wordt gebruikt als ruimte voor tentoonstellingen en concerten. Het lesgeven op het jezuïetengymnasium, dat tot de oudsten in Tsjechië behoort, begon on 1595. Van de pedagogen is Bohuslav Balbín de  bekendste, hij was beroemde historicus en het dichtbijzijnde plein werd naar hem genoemd. Er staat een renaissancegebouw van oorspronkelijk jezuïetenseminarie uit de 1ste helft van de 17e eeuw, vandaag zetelt er het Museum van de regio Jindřichův Hradec. Naast dit gebouw staat de gotische, later in de renaissancestijl verbouwde Nežárecká poort, de enige overgebleven poort van de oorspronkelijk drie stadspoorten. Recht tegenover het museum op het Balbínovo plein staat een interessant empire gebouw van de jaren 20 van de vorige eeuw, vroeger de drukkerij van Landfras. Meer dan honderd jaar gaf de drukkerij duizenden bundels uit met volkslectuur, kraam- en kermislieden, gebeden en gebedenboeken, maar ook een aantal studieboeken en heemkundige literatuur, later ook regionale krant. De drukkerij van Landfras, die had filialen in České Budějovice en Tábor, was in de 19e eeuw een van de belangrijkste buitenpraagse uitgeverijen. Aan de zuidkant van het renaissancegebouw van het museum grenst het gebouw aan een complex van de oorspronkelijke herenbierbrouwerij, waar Bedřich Smetana tussen jaren 1831 en 1835 woonde, en componeerde er ook zijn eerste stuk, ‘Kvapík D Dur’.
Het omvangrijke complex van gotische burcht en renaissancekasteel is een helemaal uniek cultureel en historisch monument. Het is door de eeuwen door ontstaan op de klif tussen de Nežárka rivier en het Hamerský beek waarop de huidige vijver Vajgar opgebouwd werd. Het oorspronkelijk vroeggotische paleis met een ronde toren werd tijdens de regering van Oldřich III uit Hradec in de 1ste helft van de 14e eeuw verbreid. De helemaal unieke muurschilderingen die de toen populaire legende over De Heilige Joris, de patroon van ridders, verbeelden, dateert uit 1338. De burcht werd verder verbreid in de 15e eeuw, maar de grootste bouwactiviteiten vonder er in de eeuw daarna plaats. De oorspronkelijk middeleeuwse burcht werd met een opzichtig renaissancekasteel met grote en kleine arcades en een unieke rondelo uitgebreid die het hoogtepunt is van Italiaanse renaissancebouwkunst. Boven de dal van de rivier Nežárka kunt u het best behouden stuk van de stadsvesting zien dat in de stadsmuur met de Nežárecká poort overgaat. In de Pod hradem straat die tussen de rivier en de stadsmuur ligt, staan tot heden goed behouden leerlooiershuizen met typerende mansardedaken die veel ruimte boden om er leren onder te drogen. In 1954 verhuisde de bekende gobelinverwerkplaats van Marie Teinitzer naar een van deze huizen. De verkeershoofdstraten van de historische stadsgedeelte van Jindřichův Hradec zijn de Rybniční en Panská straten. De Rybniční straat leidde van het plein naar de Rybnická poort en naar de brug toe die in de 2de helft van de 18e eeuw versierd was met een barok beeldengroep Verkruising en met het beeld van De Heilige Johannes van Nepomuk gemaakt door Matouš Strachovský. Op het eind van de brug groeide een gotische hospitaalkerk van De Heilige Elisabeth op het eind van de 14e eeuw, nu verbouwd tot een hotel. Op het zuiden heuvel staat een gotische kerk met een kerkhof van De Heilige Wenceslas uit de 14e eeuw, aan de rand van de stad boven de Nežárka-dal ligt een joods kerkhof. Buiten de stad op de andere kant van de rivier Nežárka staat vroeger zeer populair tuinrestaurant Rudolfov, dat naar het project van de architect van het Nationaal theater, Josef Zítek, gebouwd werd. De Panská straat verbindt de kern van de Oude stad met het Nieuwstadse (nu Masarykovo) plein dat in een park overgaat dat op de plek van toenmalige stadskanaal staat. Het enige wat nu aan de stadsmuur herinnert is een rond bolwerk, later classicistisch verbouwd. In het park staat het Husův monument en een terras met een uitzicht op het kasteel en de Nežárka rivier. In het dal van de rivier werd ook een ander park opgebouwd. Achter de rivier staan staties van de Kruisweg behouden die tot aan de nieuwgotische kerk van De Heilige Jakob leiden. Van het Masarykovo plein leidt de Klášterská straat naar een franciscaanse klooster met de kerk van D Heilige Catherina. De oorspronkelijk gotische kerk werd op het eind van de15e eeuw opgebouwd, de huidige uiterlijk ervan dateert uit de jaren na de grote branden in 1669 en 1801. De kerk is met een tegenovergelegen gebouw (het zgn. kloostertje) verbonden. Het gebouw werd van een oorspronkelijk gotisch hospitaal tot een zetel van weduwen van de adel van Hradec verbouwd. Parallel tot de Klášterská straat leidt ook de Jarošovská straat tot het Masarykovo plein waarbij een klein park (vroeger een kerkhof) ligt met de renaissancekerk van De Heilige Drie-eenheid uit het eind van de 16e eeuw. In de omgeving van het park staat een gebouw van de faculteit van de Economische universiteit in Praag.

11.4.2011 9:25:58 - aktualizováno 13.10.2014 11:43:59 | přečteno 18945x | Vladislav Sochna

Volba verze

Kterou verzi stránek chcete zobrazit?

Mobilní Normální