Wandeltoerisme

Masarykovo nám

Stadswandeling door historisch gedeelte van Jindřichův Hradec. Een stadswandeling door historisch gedeelte van Jindřichův Hradec begint op het Masarykovo plein bij de plattegrond voor toeristen.

De wandeling begint op het Masarykovo plein bij de plattegrond voor toeristen. Vanaf deze plattegrond vertrekken we richting de Klášterská straan in totde franciscaanse klooster met de kerk van De Heilige Catherina.

 , afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

Franciscaanse klooster werd in 1478 door Jindřich IV. opgericht, tijdens de herstellingswerken na de brand in 1674 werd er een kapel aangebouwd.
Tegen het klooster staat het kloostertje dat in 1534 als een hospitaal met begijnen opgericht werd. Later werd het als weduwenzetel van de kasteelvrouwen aangepast. Catherina van Monfort liet een overdekte verbindingsgang tussen het kloostertje en de kerk bouwen zodat zij naar de gebeden kon lopen. Voor het kloostertje staat een metalenpoortje waardoor wij in een klein parkje stappen. Wij gaan links op de wegen en komen in de Husova straat terecht.
Rechts staat het gebouw vangymnasium van Vítězslav Novák. (In 1921 begon de opbouw van een nieuw gebouw van gymnasium dat in Hradec al sinds 1595 bestaat. Lesgeven in dit gebouw is op 1 september 1923 begonnen. Grote verdienste aan de opbouw van deze moderne school heeft directeur dr. Ferd. Hoffmeister).

, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

Tegenover het gymnasium staat een oorspronkelijk kazerneterrein. Het pand werd voor militaire doeleinden tot het eind van de jaren 80 van de 20ste eeuw gebruikt. De vervallen gebouwen werden in de jaren 90 gerenoveerd en worden vandaag als universitaire kantine en studentenhuis van de Economische universiteit gebruikt.
Wij lopen verder door de studentenhuisvesting en rechtdoor gaan we rond de Kunstschool naar de Husovy boomgaarden.

, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

In de boomgaarden gaan we rechtsaf naar het standbeeld van Jan Hus uit 1923, gemaakt door beeldhouwer uit Tábor J.V. Dušek. We gaan rond het beeld de trap af naar het terras onder de stadsmuur. Wij hebben nu een uitzicht naar het kasteelcomplex, vooral de toren Menhartka valt op. Het gaat om een oorspronkelijk burchttoren die verbouwd werd tijdens de regering van Menhart van Hradec in de 15e eeuw. Op de begane grond staat de zgn. Zwarte keuken, een van de grootste, tot nu toe behouden laatgotische keukens. Op de Witte donderdag werd er aan de onderdanen pap uitgedeeld. De ronde verdedigingstoren die het uitzicht domineert, is het oudste deel van de burcht. Het werd  op het begin van de 13e eeuw in de romeinse periode opgebouwd. Op de begane grond werd ooit een kerker. We gaan verder de trap af door de weg tussen de stadsmuur en de rivier Nežárka die ontstaat door de samenvloeiing van Žirovnice en Kamenice in de gemeente Jarošov.


, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

Oorspronkelijk werd het Včelnice genoemd (bijenrivier) naar een groot aantal bijen gehouden op de banken ervan. De naam Nežárka wordt gebruikt sinds de 15e eeuw. Naar een volksverhaal heet het Nežárka ('niet-brandend') omdat de vuur niet achter de rivier kon raken tijdens grote branden. Ongeveer 100 m verder is er een trap opwaarts naar de stadsmuuw. Wij gaan de trap op en gaan door een straatje rechtdoor, totdat wij aan een gebouw van de schoolkantine met twee verdiepingen, het heeft nr. 31/I op het Zakostelecké plein. Het gebouw werd voor verschillende doeleinden, vooral voor onderwijs, gebruikt.


We gaan het gebouw om en dan lopen wij verder door de Liliová straat lang een hoge muur naar de proosdijkerk van de Hemelvaart van Onze Lieve Vrouw die uit de 2de helft van de 14e eeuw dateert. De kerk werd een paar keer verbouwd, maar grondigere aanpassingen kwamen pas na 1801, na de grote brand. De laatste aanpassingen dateren uit 1873. Onder de leiding van koorleider Ikavec vierde er B. Smetana zijn eerste succes op het koor. Tegenover het einde van de straat hangt er een bord aan de muur van de kerk met informatie dat er de 15e meridiaan doorgaat die ook in de bestrating aangeduid is. Aan de rechterkant staat het pand van de toenmalige jezuïetencollege, dat door Adam II. in 1595 opgericht werd. Het terrein is kunsthistorisch belangrijk en naast het college in Krumlov behoort het tot de oudste behouden colleges in Bohemen. Buitengevel is met sgraffiti in de vorm van envelop gedecoreerd. In 1773 werd het college tot kazernes veranderd.

, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

Op de hoek staat de kerk van De Heilige Maria Magdalena die de oudste kerk van de stad, uit het eind van de 13e eeuw, is. In 1595 werd het aan het jezuïetencollege toegevoegd. Na de brand uit 1615 werd het verbouwd in de barokke stijl. Het interieur is met rijke stucversiering gedecoreerd. We gaan bij de kerk rechtsaf naar het Balbínovo plein. Wij kijken naar een interessante empire gebouw van De drukkerij van landfras. In 1797 heeft Josef Landfras een oude drukkerij van Hilgartner uit 1738 gekocht. Hij heeft de drukkerij verbreid en werd net beroemd als Praagse uitgever V.M.Kramerius. De drukkerij had een nationaal belang in de tijd van de Nationale beweging. In 1825 nam zijn zoon Alois de drukkerij over. Hij was ook belangrijke initiatiefnemer in het culturele leven, mecenas en ook burgemeester. De huidige aangezicht van het gebouw komt uit 1827.

Tegenover de drukkerij staat het museum van de regio Jindřichův Hradec, oorspronkelijk een jezuïetengymnasium opgericht in 1594. Als leraar was er Bohuslav Balbín aan betrokken, een patriottische priester en een verdediger van de Tsjechische taal. De huidige aangezicht van het gebouw komt uit 1648. Na de afschaffing van de jezuïetenorde was er een school, later weer een gymnasium. Sinds 1925 is er het museum gevestigd die in de stad in 1884 werd opgericht. Een van de tentoongestelde objecten is bv. het wereldberoemde beweegbare kerststal van Krýza.

, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

Links van het museumgebouw staat de bierbrouwerij. In 1580 bouwde Adam II. van Hradec een brouwerij op die tot de grootste brouwerijen in Bohemen behoorde. Tussen de jaren 1831 en 1835huurde de brouwerij de vader van Bedřich Smetana. Bij de bovenste poort naast het museum hangt een gedenkplaat met informatie evoer. De oude molen in het brouwerijcomplex, werd in 1886 door Křižík een krachtcentrale opgebouwd en op 14 maart 1887 werd een elektrische verlichting in Jindřichův Hradec ingevoerd- het was dus de tweede stad op Praag na in Bohemen.

, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

We lopen verder rond het museum door de Nežárecká poort. Deze poort, ook de Linzerpoort genoemd, is als de enige poort behouden van de oorspronkelijk drie stadspoorten die deel van de stadsmuur uit de 14e eeuw uitmaakten. De poort was oorspronkelijk lager, in 1685 werd hij verhoogd en in 1802 van klok voorzien. We gaan de brug boven Nežárka over. Achter de brug nemen wij de eerste straat links. Op de hoek van het huis waarvoor wij afslaan, hangt een hoofd - het is het zgn.huis "Bij de kinne". De kern van het huis dateert uit het begin van de 16e eeuw. Dit stuchoofd laat naar zeggen zien hoe hoog water stond tijdens de overstromingen. Het zou ook een teken van een barbierswinkel kunnen zien, naar een andere uitleg. De straat gaat verder de heuvel op boven de rivier.

Hier kunnen wij een panoramisch uitzicht krijgen op het kasteelcomplex. Een prachtig gebouw aan de rechterkant is Rondel van het kasteel, oorspronkelijk een bolwerk omgebouwd op het eind van de 16e eeuw tot een alkoof. Voor de prachtige stucdecoratie ervan werd het een parel van Europese maniërisme genoemd. Bij de rivier onder het kasteel is het mogelijk om toenmalige leerlooiershuizen te zien met schaliëndaken, het laatste bakstenen gebouw is kunstwerkplaats. Het hof onder de burcht, het oudste herenhof, werd door Marie Teinitzerová in 1911 gekocht, ze richtte er Textielkunstwerkplaats. De gobelins die uit deze werkplaats komen, zijn wereldberoemd.

Wij komen tot het eerste kruispunt, we gaan linksaf en daarna gaan we doop alle kruispunten rechtdoor. Wij gaan de heuvel af en de weg slaat linksaf rond een muur waarachter de Tuin van Landfras ligt die aan het huis nr. 151/IV hoort, de villa van Landfras.

, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

Het werk van Josef Schaffer die in de jaren 1826 - 1839 bij de villa een grote terrastuin volgens de regels van barok bouwde met paviljoen, een gotisch lustslot, een kluizenarij, kegelbaan en serres. De tuin was het centrum van maatschappelijk leven voor een generatie.

Het pad gaat verder tot een klein weggetje. We gaan de brug over Nežárka over en lopen verder linksaf door de Mlýnská straat waardoor ook de gele wandelroute leidt. Rechts op het huis hangt een gedenkplaat van Dr.Procházka. MUDr. Josef Procházka - Devítský was in 1811 geboren in de Devítský molen nr. 123/III, de molen werd in 1936 afgebroken. Josef Procházka studeerde geneeskunde af. Hij was bekend als dokter de filantroop. In de helft van de 19e eeuw organiseerde hij het Tsjechische maatschappelijke leven in Hradec. Al sinds 1843 leidde hij een amateurtoneelgezelschap. Hij nodigde J.K.Tyl naar Hradec uit die er in 1851 zijn zwerftocht als acteur door Tsjechisch platteland begon.

We lopen verder de straat op langs een stenen muurtje waarover wij nog een andere kijk kunnen nemen op het kasteelcomplex. Bij het eind van het muurtje gaan we volgens de gele merk linksaf en lopen het bruggetje boven de sluisdeur over. Van de bank van de Kleine Vajgar krijgen we uitzichten op de stad. Langs Vajgar en de bisse van de brouwerij komen we tot aan de ingang van de Staatsburcht en -kasteel. Het kasteel is een van de oudste zetels van adel in Zuid-Bohemen. De oorspronkelijke burcht werd in de 13e eeuw door Vítkovci opgericht. Van de eerste eigenaars, de heren van Hradec, ging het kasteel op het begin van de 17e eeuw over in de handen van de familie Slavata en op het eind van de 17e eeuw in de handen van de familie Černín. Na 1945 werd het kasteel eigendom van het land. Een breed bouwcomplex is niet alleen een zeldzaam architectonisch object maar ook een rijk schat aan culturele monumenten. Bij het bezoek kunt u uit drie rondleidingsroutes kiezen.

, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

We gaan door volgens de gele merk. Wij kijken aan een huis met een erker op de hoek in de gotische stijl. Het is architectonisch waardevol vooral door de erker uit het begin van de 16e eeuw die een monument is van Europees belang. Nog steeds volgens de gele merk komen wij aan het Vredesplein. De dominante van het plein is de beeldengroep Hemelvaart van Onze Lieve Vrouw. Het is het grootste monument van barokke beeldhouwkunst ter wereld. Het is 20 m hoog, daarom is het op de tweede plaats na de beeldengroep in Olomouc. Het werk van beeldhouwer uit Dačice Strahovský van de jaren 1764 t.e.m.1766 werd gefinancierd door postmeester Bayer.

Tussen de huizen op het plein valt vooral het stadhuis op met het stadswapen. Het gebouw was smaller want tussen de huizen nr. 88 en 89 was er een steegje waar brood werd verkocht. Daarvan dus de volksnaam Chlebnice (broodstraat) die tot nu toe gebruikt wordt. Na 1607 werd de passage overdekt en het stadhuis verbreid. Er hangt het stadswapen op het stadhuis dat de stad van Vladislav II. in 1483 kreeg. Aan het oorspronkelijke wapen, gouden 5-bladige roos in een blauw veld, werden toen twee leeuwen met een koninklijk letter W en een kroon toegevoegd. Verder is het  Langers huis interessant dat versierd is met sgraffiti. Het huis nr. 138 –139 /I, Langers genoemd naar de laatste eigenaar. Nr. 139 is het oudste huis in de stad van het begin van de 15e eeuw en het was eigendom van de adel. In het hof staan er arcades uit de 16e eeuw. De sgraffito decoratie van de façade komt uit 1579. In 1586 werden beide huizen verenigd door eigenaar Čech uit Kozmáčov.

Wij wijken van de gele wandelroute af en lopen langs het huis van Langer en het restaurant De gouden gans. Hier heeft Tsjechische schrijver K.H. Borovský op 16 december gelogeerd op zijn weg naar exil. Wij gaan verder door de Svatojánská straat tot de kerk van De Heilige Johannes de Doper, die naast het kasteel het meest belangrijke gotische gebouw is. Het werd in de 13e eeuw opgericht door de Duitse Orde. Na 1340 werd een verbouwing afgerond tot minorietenkloosterconvent en school.

, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

Op die school zat bv. Tomáš van Štítné. In 1564 richtte er Jáchym van Hradec een hospitaal op. De instelling werd afgeschaft pas tijdens het Duitse protectoraat.
Rechts van de trap is er een uitzicht op de vijver Vajgar. De totale afmeting ervan is 49 ha, de grootste diepte 5 m. Het is geen typische vijver want het heeft geen kunstmatig gebouwde dam. Eerst werd het vermeld in 1399. Het heette Stadsvijver, later ook Kasteelvijver. In de 18e eeuw begon de Duitse naam Weiher (=vijver) gebruikt te worden en daarvan dus de huidige naam. De houten brug die samen met de vijver vermeld werd, werd voor de eerste keer in 1760 tot een stenen brug omgebouwd, en het verdeelt Vajgar denkbeeldig in de Kleine en de Grote Vajgar. Het kunstmatige eiland dateert uit 1860.


Wij lopen de Štítného straat verder tot de Panská straat. En dan door de Panská straat rechtsaf tot aan het Masarykovo plein. Op het eind van de Panská straat is er een restaurant aan de rechterhand met de naam Střelnice (Schietterrein). Oorspronkelijk was er een vestinggracht waar de scherpschutters van Hradec oefenden.

, afbeelding wordt in een nieuw venster geopend

Zij hadden er een houten berghok om wapens op te bergen en bij feestelijke gelegenheden tapten ze er bier. Na de brand in 1801, toen een stadspoort werd afgebroken, was er een gebouw met 2 verdiepingen opgebouwd dat het centrum van het culturele en maatschappelijke leven werd. In 1928 werd een bioscoop aan de Střelnice aangebouwd.
Op het Masarykovo plein eindigt de wandeling.

De wandeling is 3 km lang.

11.4.2011 9:39:57 - aktualizováno 13.1.2015 14:08:55 | přečteno 8460x | Vladislav Sochna

Volba verze

Kterou verzi stránek chcete zobrazit?

Mobilní Normální